Geleide meditaties door Kees

vrijdag 16 maart 2018

Ik (H) uil)

Vogels, in het algemeen, denken dat ze slim zijn. Of slimmer worden met de tijd.
Onterecht. Dacht ik.
Je ziet er voorbeelden van. Dat vogels denken slim te zijn en menen dat ook hun evolutie, net als bij de mensheid, niet te stuiten is.

Als ik op de fiets rijd, ergens in een dorp op de Veluwe, begint het al. Vogels die niet opzij gaan. Die gewoon midden op straat bezig blijven met wat ze altijd doen; doelloos rond pikken in allerlei zaken die voor hen belangrijk schijnen te zijn.
Vroeger gingen ze altijd opzij. Zagen ze een fiets naderen dan fladderden ze, zoals het hoort, naar veiliger oorden.
Een meter voor mij zit een vogel gewoon te zitten. Op een krant. Geen denken aan wegfladderen.
Dat komt omdat er al jaren niet meer gejaagd wordt op vogels. Vogels denken dan dat ze gewoon kunnen blijven zitten als er een vent op een fiets nadert.
Waar ze aan voorbijgaan, is dat er weliswaar niet meer r├╝cksichtslos op hen gejaagd wordt maar dat dat niet wil zeggen dat er geen dooie vogels, opgestapeld in rijen van tien, bij de kiloknaller in de etalage liggen. Ik bedoel, ik wil niet grof zijn, maar relevant is het wel.

Ik kom er niet omheen. Ik heb de keuze om om de vogel heen te rijden of over hem heen te rijden, wat overigens helemaal niet zo zielig is als men denkt, voornoemde stapels ingevroren vogels bij de kiloknaller in aanmerking genomen.
De vogel op de krant voor mij heeft een leesbril op zijn hoofd. Die ongekende arrogantie! Misselijk word je ervan. Dat de vogel een uil blijkt te zijn doet niets af aan het feit dat het net lijkt of het een echte bril is. Vogels horen geen brillen te dragen, ook geen dingen die op brillen lijken maar het niet zijn.
Vogels zijn vogels en horen in paniek weg te vliegen als er iemand op een fiets aankomt.

Ik besluit, geheel tegen mijn gewoonte, niets menselijk is mij vreemd, om de vogel heen te rijden.
Dus wijk ik naar rechts uit. De vogel ook. Ik wijk weer uit, val naar rechts en beland met een boog op het trottoir naast mij.
Een auto achter mij dendert met een, blijkt achteraf, man met hartstilstand achter het stuur, met 80 km per uur het fietspad op waar ik twee seconden geleden nog in gereanimeerd gesprek met de vogel vertoefde.
De auto eindigt op slechts vier centimeter naast mij tegen een lantaarnpaal.
De vogel landt drie meter verder op een tak in een boom. De leesbril zit nog op zijn hoofd.

Hij knikt mij ernstig toe.
Ik knik terug.
Ik (h)uil.

4 opmerkingen:

  1. Waarom zou die vogel uit de weg moeten? Hij zat daar eerst!

    Er zijn mensen die van anderen ook verlangen dat ze opkrassen als zij er aan komen.

    Voor de vogel is het natuurlijk jammer dat hij de vogel is en niet de mens.

    Er rond rijden vind ik echt een minimum.

    ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Je hebt helemaal gelijk. Gelukkig maakt zo'n belevenis je meteen bewust van het feit dat dieren hetzelfde recht op ruimte hebben als mensen. Dat wilde ik maar laten zien met dit verhaal

      Verwijderen
    2. Jullie hebben daar volkomen gelijk in, zelf denk ik dat de mens ondergeschikt moet zijn aan de natuur terwijl we er zoveel roofbouw op plegen. Een beetje nederigheid zou hier heel gepast zijn!

      Verwijderen
    3. Goede zondagmorgen Kees en ook al is het nog bitter koud, ik hoop dat je van je dag zal genieten en veel inspiratie zal krijgen voor nog meer dergelijke schitterende logjes!

      Verwijderen

Eieren voor je geld kiezen

Rustig , op weg naar de supermarkt, wandel ik door de “restanten van de orkaan Florence” zoals het KNMI weer het noemt. Dat deze orkaan u...